Recent

Van bed uit

Ze lagen op bed en ademden de geur van de stilte in. Door een raam in het dak zagen ze de sterren scherp afstekend tegen de rest van de nacht.
Een deken beschermde hen tegen de kou van de wereld om hen heen. Zachtjes werden ze naar ’t moment waarop één van hen iets zou zeggen getrokken.
“Als ik,” begon de jongen, maar hij kwam niet verder, en bloosde omdat zijn stem rasperig klonk.
Het meisje draaide haar hoofd naar hem toe en glimlachte. Ze wilde zeggen dat ze ook altijd bang was dat ze vreemd klonk na een tijd zwijgen. Ze deed het niet, want ze wist dat hij begreep wat ze dacht. In plaats daarvan liet ze haar begrip in het ongezegde zweven.
Daar vond hij het en hij putte er kracht uit. “Als ik gekruisigd word, wil ik dat dat zo gedaan wordt dat er een ledemaat in elke windrichting steekt.” Om zijn bewering te ondersteunen kriebelde hij haar polsen, op de plek waar de spijkers doorheen zouden steken als ze zou hangen.
Als hij zijn hand niet stevig om haar middel geslagen had, was ze weggerold. Niet omdat ze het echt vreemd vond wat hij suggereerde, maar alleen als stijlfiguur. Nu vertrok ze haar gezicht alleen, en hij kuste haar, met een glimlach nog op zijn lippen.

Ze hield de douchekop vast alsof het een stuurwiel was. Ze kon er ook mee sturen, naar seksuele spanning of naar filosofie. Alhoewel die twee bij haar vaak goede opvolgers van elkaar waren, werkten ze nooit parallel.
Als het zou kunnen zou ze de hele dag douchen. Bij de huur van de kamer zat een vaste prijs die ze voor water betaalde, dat nam niet toe of af met de frequentie van het douchen. Het was heerlijk overweldigend om het water maar over je heen te laten stromen, je totaal te laten omhelzen door de warme, zachte gloed.
Helaas was er ook nog zoiets eenvoudigs als voedsel nodig. Had ze het gekund, dan had ze al haar primaire behoeften uitgeschakeld. Dan hoefde ze er ook niet aan te denken dat ze zich de luxe van lekker eten niet kon veroorloven. Vandaag zou ze voor de tweede keer deze week rijst met ketchup opdienen.
“Misschien moeten we minder geld besteden aan uitgaan.” Het werd optie drie, een serieus gesprek, eigenlijk niet geschikt voor onder de douche. Het was niet zo dat ze vaak uitgingen, ongeveer eens in de maand. Dan dansten ze graag, maar dronken ze nauwelijks.
“Bezuinigen betekent vrijwel direct niet meer gaan. En het zou betekenen dat we geld zouden overhouden, we zijn nu toch prima in balans?”
In balans waren ze zeker. Een derde zou het niet zien, maar een tweede, iemand die net iets dichterbij stond dan de gemiddelde buitenstaander, kon het niet ontgaan. Ze zeiden niet veel, maar dachten dagenlang. Tijdens die denkuren dansten hun ogen een werveldans om de ander heen, een complex samenspel waar de een precies evenveel passen deed als de partner.

“Wellicht is het een evolutionair voordeel om blind te worden. Ik denk dat mensen er veel beter aan toe zouden zijn als ze niet wisten wat er om hen heen gebeurde.” Hij zei het terwijl ze een blind meisje passeerden, die haar stok als een voelspriet voor zich uit duwde.
Het meisje glimlachte naar hen, en ze hoopten als één dat ze de beantwoording van haar lach zou voelen en zou koesteren. Ze gaven graag zulke dingen mee aan vreemden, en geld als daar behoefte aan was. Vaak werden ze daarvoor aangesproken, om een overnachting bij het lokale opvanghuis te kunnen bekostigen.
Ze konden aan het verlopen gezicht het verlangen naar drugs aflezen. Toch gaven ze, de dankbaarheid vanwege het stillen van hun verslavingshonger deed niet onder voor die veroorzaakt door het bieden van een nacht een dak boven het hoofd.
In de supermarkt had zij het mandje in haar rechter en hem in haar linkerhand, hij navigeerde haar met kleine kneepjes tussen de schappen door. Zo belandde er voor minder dan vijf euro aan boodschappen in hun tas. Ze namen zonder te betalen bijna tien kilo opluchting mee, blij dat het hen met dat bedrag toch was gelukt hun week te vullen.
Sinds ze hadden ontdekt dat het mogelijk was tot in het negatief te betalen met plastic hadden ze hun rekening opgezegd, om de verleiding maar direct weg te nemen.

Na het eten poetsten ze om beurten hun tanden, met dezelfde tandenborstel. Dat was uit gierigheid noch uit armoede. Als ze geschikte bloedgroepen hadden gehad, hadden ze al lang een buisje tussen elkaars lichaam aan laten leggen om dichter bij elkaar te zijn.
Ze ademden elkaars lucht, omhelsden elkaars aura maar bleven proberen elkaar meer te naderen.
“Weet je?” Nooit had een retorische vraag vanzelfsprekender kunnen klinken.
Als er van nooit een overtreffende trap was geweest was hij van toepassing geweest. Nooit had hij zo zeker geklonken. “Ja.”
Zo viel ze in slaap, met haar rug tegen zijn buik, met zijn neus genesteld in haar lange haren.

  • http://www.cy-v.nl Samantha

    Fijn weer eens te lezen =)