Recent

Broodje kaas

Op het tafeltje van karton en fantasie lag een laatste herinnering aan jouw afwezigheid. Onder het tafeltje lag het huilende hoopje vertrouwen in het mezelf ooit nog kunnen verenigen met onze kleuren. Verenigen om dan definitief gedag te zeggen. Gras of mos contrasteerde niet met wat jij voor plannen had, zelfs na ze je overwoekerd hadden.
Mijn ogen dwaalden, nergens heen, de plek waar ik zo graag wilde zijn, dat ik de woorden ervoor verloren had.
De kleuren waren zo fascinerend geweest. Ik schreeuwde odes uit voor het blauw en groen en het geel van de sterren. Ik gilde en jij zwaaide je armen rond. Het had niets uitgemaakt, geen verschil tussen voor en na, behalve dat ik aan het eind niet meer alleen was. Uit ons oude huis had ik een wit pistoletje en een plakje kaas gestolen. Stelen was goed zolang jij het wist en niemand anders erachter kwam.

Ik pakte mijn broodje van tafel en liep door de regen op je af. Je kwam mij nooit tegemoet. Vroeger was het niet beter, denk ik, maar vroeger vergeet ik meer en meer. Binnenkort zal ik overwinnen en zal ik de koning zijn in ontvluchten. Uiteindelijk bereik ik dan toch het koningschap waar jij mij zo op de jou zo tekenende subtiele wijze naartoe probeerde te werken. Ook jij had niet geweten dat ik op een muur van onbegrip zou stuiten en gebroken af zou druipen. Onze kleuren, ons geheim.
Ik legde het bosje vergeet-me-nietjes aan je voeten. Je vergat me nooit en beloofde het vaak, evenveel wel als niet en soms een mengelmoes die ik niet slikken kon.

De kaas was groen. Het broodje ongedefinieerd. Iedereen was arm. Geld voor een bakje, een klein plastic doosje, ging op aan blijheid in vloeibare vorm, zo oordeelden ze. Ze vonden me aan de oever van de rivier en daarmee zaaide ik angst en paniek.
De paniek was het belangrijkst. Alle mensen die niets te melden hadden, konden praten tot ze eindelijk beseften niets te zeggen. Ze praatten over hoe er vooral iets moest gebeuren aan dingen zoals ik, maar vooral niets aan mij.
Gelukkig had ik mijn brood tot de pauze bewaard.

In de tijd dat ik met jou samenwoonde had het teveel in ons huis niet opgewogen tegen het tekort. Klein als ik was kon ik er niet bij dat het overhangende tafelkleed de lege mand met brood niet vulde, dat ondanks de goed gevulde kast met Italiaanse namen de voorraadkast zonder rijst of pasta bleef. Ik knipte het tafelkleed af en kauwde erop, tot woede-aanvallen van jou aan toe. Die bleef je hebben tot je ze geperfectioneerd had. Daarna was ik het gewend en viel het onder dat wat ik uit mijn bewustzijn wegliet.
Opgegroeid met geheimen wist ik niet beter dan het voor mezelf te houden. Mijn belangrijkste leermeester daarin was mijn Roosje. Door te zwijgen oordeelde hij welk deel van wat ik hem vertelde interessant was en welk deel niet. Ik neem aan dat hij gewoon niet graag sprak. Je zei dat hij voor zijn dood nog wat heeft gezegd, dat hij zei van mij te houden. Zelf zou ik ook zulke dingen uitbrengen als ik wist dat ik enkele seconden later met een schaar opengeknipt zou worden. Zelf zou ik ook liegen.
Gelukkig ging niets ooit verloren. Je zei beter te slapen nu je wist dat Roosje’s pluis jouw kussen verdikte.

Mijn kaas was op. Hij was gestolen maar van een onderzoek kwam het niet. Emotioneel is alles waardeloos en zonder geld verliezen mensen hun ogen. Een vrouw in nauwelijks kleding die ik op straat tegenkwam zei dat het jouw schuld was. Alles leidde ze tot jou terug, maar misschien bedoelde ze mij wel en doelde ze op haar eigen situatie. Ik lachte en begreep niks, want er praatte iemand tegen mij zonder alleen maar te schelden.
Het overgebleven brood kon mij ook niet redden. Niets kon mij redden, leerde de zelfredzame man mij. Nadat mensen mij mijn leven hadden gedicteerd waren ze gewoon cafés binnen te wandelen om hun eigen leven weg te drinken. Dwalend probeerden ze terug te keren naar het veilige licht, maar teruggekomen bleken ze niet meer welkom te zijn.
Dwalend waren ze net als ik. Samen in het leven met een broodje zonder kaas.

Comments are Disabled