Recent

Een rood middelpunt

     -1 – Voorspel

In vijf minuten had ze genoeg moed opgebouwd om om de hoek te kijken. Hij zat omgedraaid, zij kon veilig langs zijn kantoortje sluipen. Gaandeweg merkte ze dat ze te langzaam liep. Ze probeerde te rennen, maar hoe sneller ze wilde, hoe langzamer ze ging. Zou het omgekeerd ook werken? Ze ging liggen en hoopte dat haar lichaam dan zou meewerken, dat het dan wel vooruit zou komen.
Niets was minder het geval. Ze probeerde overeind te klauwen maar zakte door de vloer alsof het drijfzand was, zakte en viel en…

     BG – De rode draad

In haar tas vond ze een los eindje touw. Het leek op haar veter, het was even rood. Maar haar veter was nog compleet, en het touwtje was dunner en gerafeld. Het was waarschijnlijk door haar date in haar tas gestopt, zodat ze nog langer werd herinnerd aan het gesprek dat als stroop was gegaan.
In het touw lagen vijf knopen. Haar naam bevatte ook vijf letters, vijf verschillende. De zijne ook, maar daarvan waren er twee hetzelfde.
Haar neef studeerde oude geschriften, en had haar eens verteld dat er vroeger in knopen en afstanden tussen knopen werd geschreven. Ze kon hem opbellen, maar kon haar telefoon noch haar meetlint vinden.
Dan bleven er twee opties over: het negeren of die kwal opbellen en om uitleg vragen. Ze overdacht beide opties.

“Met Klaas,” zou hij opnemen. Geen achternaam, dat vond ze niet bij hem passen. Zijn voornaam sprak hij scherp uit, alsof het een stelling was die hij wilde verdedigen.
“Hé, hier ’t meisje van gisteravond,” zou het beste antwoord zijn. Ze verdacht hem ervan elke dag een nieuwe dame mee uit te nemen, zo wanhopig zag hij er in elk geval wel uit.
Hij zou er niets van weten. Ze meende zich te herinneren dat hij iets veel minder interessants dan oude talen studeerde, marketing of iets dergelijks. Waar je leert mensen om de tuin te leiden.
Ze leidde mensen liever in tuinen rond dan eromheen. Of recht erdoorheen, maar meestal stelden haar bezoekers de vijver in het midden niet op prijs.
Veel prettiger vond ze het om op een bankje van het uitzicht te genieten, van haar kat van drie jaar oud die klauwt naar een bolletje wol.

Ruw werd ze uit haar overpeinzing gerukt toen de trein met haar gedachten aanmeerde bij het station “bolletje wol.” De kat speelde spinnend met een bol met dezelfde kleur en textuur als het touwtje in haar tas. Ze pakte hem vast, gooide hem boos in de sloot.
Daarna stond ze alleen met een een zielig lapje stof in haar linkerhand. Ze legde hem binnen, naast de kattenbak. Daar zou ze hem niet vergeten, hoopte ze.

Op de zolder lag nog een oude stofschaar van haar oma. Indertijd was hij scherp genoeg geweest om haar te verwonden. Dat was een geluk bij een ongeluk, want het was die dag dat ze erachter kwam dat rode vlekken op een wit T-shirt best leuk staan, en dat het tegelijk flink wat ongewenste aandacht voorkomt.
Ze besloot de hele naaidoos in een keer mee naar beneden te nemen. Op de vierde tree van de tweede trap struikelde ze, en de vloer werd blootgesteld aan de scherpte van de naalden. Drie bleven er trillend in steken. Ze kon het niet helpen zich af te vragen wat het getal negen in deze context te betekenen had.
Een ding wist ze zeker, ze moest de middelste naald gebruiken om haar dagboek aan elkaar te binden. Het was te los, het had een verbindend principe nodig. Zij gaf hem er een.
Veel mensen schijnen hun dagboek een naam te geven. Het hare had een naam, Jesse, een geslacht, man, en een huisdier, een geplette spin op de achterste bladzijde.
Het mooiste van hem was zijn glimlach, ze kon er zo in wegsmelten. Ze rook hem als ze de kaft aaide, en hoorde hem als ze het voorblad omsloeg.
Hij lachte naar haar toen ze de naald in hem zette. Waarschijnlijk begreep hij dat hij hechtingen nodig had. Zij had de dokter toegelachen toen hij haar teen moest hechten. Toen hij klaar was keek ze iets minder vriendelijk, maar dat terzijde.

     1 – De knoop doorhakken

Ze zou hem niet terugbellen, dan zou ze alleen het risico lopen een keer extra uit te moeten gaan. Ze wist wel wat ze wilde, maar dat maakte “nee” zeggen niet gemakkelijker.
De laatste weken van haar leven zou ze wel willen trouwen, dat had haar altijd mooi geleken. Een mooie jurk, een aantrekkelijke jongen… ze miste voor het eerste alleen het geld en voor het tweede miste ze charisma. Ze kon er een huren, maar dan zou ze sterven in de wetenschap dat het toch maar nep was.
Het liefst wilde ze iemand die door en door verliefd op haar was. Het maakte niet eens uit of dat gevoel ook van haar kant zo was, ze wist op die manier in elk geval zeker dat hij voor haar koos en niet voor de piano die zij hem zou nalaten.
Op haar startpagina stond een tellertje, een tellertje tot haar dood. Haar vrienden vonden het luguber, zij had er kracht uit geput. De put met kracht bleek leeg te raken toen de teller op vijftig belandde, en nu, met nog vijfentwintig dagen over, kostte de put meer dan dat hij opbracht.

Ze zou de put niet meer vullen, maar in plaats daarvan reizen. Naar een ver land, Denemarken of zo. Als ze nu op de fiets zou stappen zou ze de poorten van København misschien naast die van de hemel zien.
Het doopwater had niet overtuigend genoeg over haar hoofd gesijpeld, na tien jaar lang elke zondag de mis te bezoeken weigerde ze. In indoctrinatie geloofde ze wel, dus ze hamerde er op dat de hemel bestond. Het werkte half, ze kon anderen ervan overtuigen dat ze bekeerd was, zonder het werkelijk te zijn.

Als derde besloot ze met haar studie te stoppen. Als er duisternis was had je toch weinig aan kennis over het menselijk lichaam. Wellicht kon je iets cynischer kijken naar de manier waarop je verging, hoe je lichaam na vijf dagen kunstmatig heel gehouden te zijn toch verloor en begon te rotten.

     2 – De eindjes aan elkaar

In het ziekenhuis kwam een arts met een grafgezicht op haar af. Ze mocht gaan zitten, en kreeg koffie aangeboden. Gezien haar slechte ervaringen met ziekenhuiskoffie verzocht ze om thee.
Ze hadden alleen aardbeiensmaak, maar dat voldeed.
Leukemie. Het was op twee verschillende manieren in twee keer te leggen met scrabble.
De thee viel als zout op verse wonden.

     3 – Een laatste verdieping

Mijn naam is Alice.
Ik had rood haar.

  • Is ‘anoniem’ ook geldig?

    Twee woorden haalden me over de streep om hieronder toch even een reactie achter te laten: “verbindend principe”. Twee woorden waaraan meer herinneringen kleven dan ik ooit had vermoed… Je verhaal grijpt me aan. Met de moed der wanhoop ben ik een traantje in m’n rechterooghoek aan het wegknipperen en wellicht ook meteen eentje in de linkerooghoek. Vooral de laatste zin grijpt me aan door je gebruik van de verleden tijd, een sterke afsluiter, simpel maar sterk. En vergeef me, ik duik straks in een onrealistisch doch waanzinnig opgewekt en hopeloos romantisch boek, één van ons moet toch met een goed gevoel in slaap vallen. ;)

    P.S. Bij films heb je ook allerlei tekens ter waarschuwing van de kijker, kan jij bij je verhalen geen speciaal teken ontwerpen dat betekent “ongeschikt voor té gevoelige lezers”. ^_^

    • http://www.duizendnegen.nl duizendnegen

      Tja, zo’n dikke “16+”-icoon bovenaan vind ik weer zo overdreven.
      Leuk dat je kwam lezen.