Recent

Wolkendek

Gretig klokte An haar ranja met rum weg. We waren alleen, exclusief voor elkaar, hoog in achting. Thuis, ramen en deuren gesloten. We namen het zekere voor het onzekere. Al deden we er lacherig over, we wisten beiden dat het voor ons bloedserieus was, tot en met de zware gordijnen.
An wond slierten van haar sjaal om haar vinger en ik, ik keek haar recht in de ogen en lachte. Ik was van ons twee het verst van de realiteit verwijderd, maar zij deed graag met mij mee. We probeerden elkaar af te troeven, gewoon als ontspanning.
Altijd waren we in beweging, of in tranen. Er bestond geen middenweg, er was geen rust, het was een kwestie van doen of je onderweg was totdat je daadwerkelijk vertrok. Je stoel verlaatte, de deur achter je dicht deed. Zo ver kwamen we niet dus we speelden toneel, prinsessenjurk met sleep incluis.

Kort geleden hadden we plannen gemaakt, definitieve plannen. We zouden er niet meer van afwijken. Dezelfde avond nog bestelden we dozen piepschuim en verpakkingsmateriaal, voor het achterlaten van ons spoor, onze geur.
Maar we waren bestolen, werden bedrogen. Dat veranderde alles. Niets kwam bij ons terecht, geen snippertje werd bezorgd.
Mijn handen jeukten. Ik wilde haar de volle laag geven. Ik stond hier boven. Het leek wel een dictee, hoe ze mij verzoeken bracht, alles duidelijk articulerend. Wat zij wilde interesseerde me weinig, ik had meer oog voor hoe ze op mijn ranken en dalen reageerde en hoe ze zich verdedigde, licht kantelde.
Veel emoties en meer, maar we bleven relatief kalm. Zoiets gebeurd maar een keer, je leert de ander maar eens echt kennen.

Een kracht heerste over haar en mij, uit samenspel geboren. Ik werd overrompeld, dagelijks, routineus. Als ik me naar werk begaf, bij elke kruising opnieuw de hoeken meten en ontdekken.
Ik was een onervaren reproductie van mezelf. Verf nog drogend, druppels zweet zochten hun weg naar beneden in mij. Mijn mond houden werd lastig, maar haar geheim was mij in bewaring gegeven. Scherp linksaf slaan en slagbomen en malende tanden, hekken en een slot.
Binnen was het droog, kurkdroge lucht. Ik moest me concentreren en niet vergeten langzaam in en uit te ademen. Oude idee├źn herkauwen, wat nieuws uitspugen, tegen het bureau aangeplakt zacht mijn buikspieren aanspannen. Haar doen vergeten. Ik was niet hier maar in het park, waar ik met geen mogelijkheid samen met haar kon zijn. Zo buiten onder de zon, waar zelfs ik nauwelijks bestond, daar dwarrelde ik rond, een tijd lang en dan terug naar het werkblad en het lege notitieblok.

Thuis had An al drank op en ik kwam aan met snel een pizza, snel uit China, even wat van de markt om An’s maag te dempen. Ik keek hoe ze minutieus in het deeg sneed en kalm knauwde en nam zelf ook wat in.
Tot we elkaar goedenacht wensten was alles stil. Wij begonnen later pas.

Comments are Disabled