Recent

Een dunne lijn

Niet dat het uitmaakt.

Ergens ver zuidelijk, op een plek waar de seizoenen geen vat op de omgeving meer hebben, loopt een brede, bruisende rivier. Andere stromen slijten na verloop van tijd nieuwe bochten in de kades, meanderen en roeien zichzelf in zekere zin uit. Deze rivier laat het landschap volledig intact, maakt geen bochten. In een kaarsrechte lijn stroomt hij van onbereikbare bergen naar de zee.
Op een kleine stad in de monding van de rivier na, is de bebouwing rond het water nooit echt op gang gekomen. Ongeveer elke honderd kilometer ligt er wel een haventje, maar de houten steigers zijn veelal rot en zelden liggen er nog boten aangemeerd. Ook in de huizen rondom is het stil.
Het enige wat de stroom meevoert zijn stukken hout, of het kadaver van een roekeloos hert.

Als je stroomopwaarts oversteken wil, is de enige mogelijkheid om de pont te nemen. Van het kleine dorp Oder wordt er dagelijks bij zonsopgang een brede praam naar de overkant geboomd.
Een dozijn reizigers staan aan de kade. Ze zijn de dag ervoor aangekomen en hebben een korte nacht doorgebracht in de kleine herberg aan het plein. Vaak hebben ze in groepen naar Oder gereisd, want de weg naar het dorp is lang en verlaten, er is meer dan eens een reiziger overvallen.

De schipper van de pont heet Norman. Als de zon door de sluiers mist begint te breken verschijnt hij als eenzaam figuur op de rivier, de praam met een lange stok tegen de bodem vooruit duwend.
Hij lijkt niet gebonden door tijd, niet beïnvloed door de rivier. Een donkerbruine pij hult zijn gezicht in schaduwen, maar zijn ogen lichten staalblauw op vanuit die donkerte.

Niet iedereen wordt meegenomen naar de overkant. Nadat de boot met een zachte tik de kade raakt verstommen de gesprekken en kijken de wachtenden stil naar hoe Norman langs hen loopt. Sommigen raakt hij even aan, zij schuifelen naar de waterkant. De rest druipt af, naar de herberg, om zich voor te bereiden op de terugreis.
In Bee, aan de overkant van de rivier, wonen nog minder mensen dan in Oder. Na de overtocht zijn de passagiers niet meer ingetogen, juist uitgelaten zetten ze hun eerste stap aan de noordkant van het water. Vanaf Bee kiezen ze hun eigen weg, een doel, ver weg, met grote stappen.

Norman blijft bij de praam staan en kijkt naar de stroom mensen die in Bee te wachten staat. Met een knik begroet hij ze, alsof het oude bekenden zijn. Een selectie wordt niet gemaakt, gedwee lopen allen de pont op. Ze zijn net gekleed, in pak, meestal, een enkeling in een bruin shirt.
In Oder blijven ze geen minuut wachten, ze reizen altijd meteen door. Eerst gezamenlijk een stukje de grote weg af, dan alle richtingen uitwaaierend, individueel de lange wegen afkuierend.

Maar niet dat het uitmaakt.

Comments are Disabled