Recent

Een huwelijk

De zesde leeuw komt ook naar buiten, het vlees grotendeels weggeroofd. Hongerig stort hij zich op de resten, likt de stenen. Twee duiven voor het ziekenhuis vechten om wat een voorbijganger heeft laten vallen. In de verte gaat de zon onder. Een man verzet zijn gebroken been, wat broos gespalkt is. Zijn vriend biedt hem steun. Het geluid zwelt aan.

Zijn broers en zussen kijken van afstand smalend toe. Het komt hen op een corrigerende tik van de moeder te staan. De ene duif plant zijn snavel in de flank van de ander. De horizon heeft nog een dun oranjerode streep licht. De man heet Henry. Hij weet niet of hij zich beklagen moet om zijn lot, of gelukkig geprezen zou moeten worden omdat de dokter hem zo goed hielp. Er lijkt een band te gaan spelen.

Bloed en slijm druipt uit zijn bek. De duiven worden uit elkaar gerukt door een nieuwe stroom patiƫnten. Vergeten waar hij mee bezig was vliegt de indringer op, vliegt westwaarts. Een koppel vouwt hun handen samen. De vriend van Henry heet Bas. Voorzichtig begint hij grapjes te maken, om zich weer gewoon te voelen. Gitaar en trombone buitelen over elkaar.

De jager wordt een aaseter. Zijn moeder likt hem liefkozend. Als wit engeltje vliegt hij schuin naar de zon. Zij legt haar hoofd op zijn schouder, moe, aan het einde. Henry lacht, hij begint ook weer terug te keren. Het tij begint te keren. De bassist wiegt mee, gehypnotiseerd.

Tevreden met zijn slagen, maar niet geheel verzadigd, vangt de welp met zijn tweede hobby aan. Hij heeft een lange staart. De dierentuin ligt aan deze kant van de stad. Ze zijn er net een dagje geweest. Samen stappen ze in Henry’s auto, Bas, bij wijze van uitzondering, aan de bestuurszijde. Ze zetten de radio aan. Het concert wordt live uitgezonden.

Verder gebeurt er niet zo veel. Het is een drukke dag geweest, veel starende mensen. Een duif vliegt over. Hij staat op, beheerst maar abrupt, en rommelt in zijn zakken. Ze houdt haar adem in. Deze seconden is de wereld van hen. Bas zingt zacht, net vals, met het openingsnummer mee.

De oppasser doet de lichten in het binnenverblijf uit. Thuis wacht niemand met aardappels en vlees. Een vogel roept terwijl hij een zilveren verlovingsring uit zijn broekzak tovert. Hij spreekt de woorden die hij vaak, zo vaak gerepeteerd heeft, thuis, voor de spiegel, als zij net naar werk was, voordat hij weg moest. De tranen wellen bij haar op, zij wil hem, zijn hart en kinderen. Maar ze is geduldig. Deze seconden is de wereld van hen. De band klinkt hier zachtjes, ze hebben een traag tweede lied ingezet. Er is niet veel meer nodig.

De leeuwin biedt haar welpen beschutting tegen de schemer. Met een meewarige blik kijkt de oppasser om naar zijn familie. De duif vliegt van de aarde af. Zij knikt heftig, als in een waas, ongeremd instemmend. Hij wist het al. Het is toneel.

In zijn auto rijdt hij over het duinpad. In de verte klinkt een auto die hen uit hun cocon terug naar de wereld brengt. Ze houdt haar handen zo lang mogelijk in de zijne. Bas rijdt door de duinen naar Henry’s huis. ’s Avonds is deze route uitgestorven. Bovendien is de halve stad naar het concert.

Achter de verloofden passeren de auto’s elkaar, met lichten naar elkaar knikkend als goede vrienden. Zij zucht. De seconden zijn over, ze zijn gewoon verloofd. De band speelt rustig, zij hebben nog de hele nacht. Bas heeft eindelijk de juiste toon gevonden. Het geluid dooft uit.

Comments are Disabled