Recent

Ingebrand

Splinternieuw was je auto, felzwart, zichtbaar kostbaar. Je enig kind. We zwaaiden van links naar rechts, tegen het buigen van de weg in, ik in de passagierszetel, jij, zeker, achter het stuur.
De lantarenpalen beschenen je gelaat ritmisch, terwijl jij in een ander ritme heen en weer deinde, schijnbaar op de muziek die toch net in een ander tempo klonk. Je berustte je in de resulterende onregelmatigheid, ik nestelde me in je rust.

De wereld leefde op zijn kant. De steile rotswanden waren lastig te begaan, maar je viel niet honderd meter lager te pletter, dood als je je handen ontspannen wilde, bij een verkeerde ademhaling.
Ik was een aasgier, ik leefde op voorspelde ellende. Ik kantelde gewoon mee toen de boel begon te draaien, spreidde mijn vleugels en vloog een andere vlucht.
Ik zag met name zwart.

Mijn jas was gescheurd, nog kapotter nu dan toen ik hem kocht bij de tweedehandszaak in jouw straat. Het legergroen was vaal en bevlekt, maar ik wilde het stuk niet weggooien, oh nee, het was een deel van mij, een deel van wat mijn verhaal vormde, net zoals jij je auto in je doen en laten ingelijfd had. Tot het vel van mijn botten druipen zou, tot de jas tot flarden vergaan was, tot daar zouden we samenblijven. Daarna zouden we wel verder zien. Pragmatisch.
Net op tijd was de buurtwacht poolshoogte komen nemen. Ik was al veel kwijt, een grote impact, dikke rode lijnen,dagboek gescheurd van de te hard ingedrukte pen, druppels tranen op kant.
Het slaan was mijn recht geweest, eigenlijk, de blauwe plekken een geoorloofde straf voor wat ik zelf op mijn kerfstok had gehad. Het slaan was terecht geweest, eigenlijk, de blauwe plekken een geoorloofde straf, vertelde ik mezelf.

Doornstruiken speelden om mijn kuiten, zich gulzig voedend. De tuinman had hartverscheurend om opslag gesmeekt, maar was zonder respons alleen achtergebleven. Hoogmoedig tikte hij mij op mijn borst, zijn rechtmatige plek benadrukkend.

As tekende de bekleding van je auto, ingebrand, onmisbaar herkenbaar. Ik zat naast je. Het huilen schoof van links naar rechts, klotste mee met de bochten van de weg. Tastbaar stil bij de rotondes.
Je deed het lampje aan om in het vak in de autodeur wat te zoeken. Je draaide het raam naar beneden en rookte in de halfschaduw wat, je hoofd zachtjes schuddend.

Comments are Disabled