Recent

maandelijks archief: oktober 2019

Otto

het is niet de eerste keer dat ik graag een octopus zou zijn
om met acht tentakels parallel braille te lezen
op alle golflengtes dichterbij komen kan en geen schaakcomputer nodig heb voor mijn dagelijkse taakjes
dat ik ingeburgerd vreemde talen sprak en alleen maar droomde van in slaap vallen

een schutkleur op een feestje, een Scandinavisch nietszeggend muurbloempje
waar de piñatas alleen maar kleinere piñata’tjes bevat
als een matroeshka ben ik ook graag bij mijn mama
ze kookt haar pasta zonder wekker
hoe lang zou het duren voor ik mijn eigen thuis heb gesticht?

als ik dan gebartentaal, bladmuziek en Hebreews onder de knie heb ik weet ik dat ik geslaagd ben
een onbetwist succes, de eindstreep behaald zonder me aan anderen te meten
ik wil dan Otto heten, zodat ik mij in de spiegel ook nog ken
de eerste aquatische partijleider zonder programma
een octopus met meer wensen dan hij tellen kan

Opblaastuba

        hoe pakt een man zijn verjaarsgeschenk uit – een stappenplan, in drie bewegingen

        de prelude
een bewonderen en deftig knikken, een erkennen van de gever in anticipatie van haar vindingrijkheid
het op waarde schatten van de vouwkunst, het papier, de plakbandjes die niet met tanden van de rol gerukt zijn maar keurig op tweeëneenhalf centimeter afgeknipt werden met een nog scherpe keukenschaar
mogelijk, maar niet verplicht, ruiken, snuffelen, licht schudden en licht ontzet kijken als er niets klinkt
dan, als intermezzo, omdat zijn lichaam, stem en gastvrijheid ook opgemerkt moeten worden, wijn schenken, duim in de ziel, arm op de rug

        de ouverture
het is een tuba, het is een opblaastuba, het is een lege doos, een grapje, binnen dit papiertje zit alleen nog maar meer papier
het is een bioscoopbon, zó attent en ook persoonlijk, zó vijftien euro per stuk
het is een gebaksschotel want vorig jaar smeet de gever die van oma stuk, een grapefruitlepeltje voor de set
het is parfum en douchegel, omdat hij niet zo lekker ruikt, een stropdas en sokken opdat hij sjieker oogt, het is een kleine steek onder water, waar we toch beleefd om lachen, maar het kwetst
een verjaarskalender omdat hij andermans dag van ’t jaar telkens weer vergeet
het is een pot verf want hij is net verhuisd, het is een pot verf want hij wordt vader, het is een pot verf want alles bladdert af, het is een pot verf want hij is een man en dus kan hij klussen
het is beslist een roze opblaastuba

        de finale
zo!
weet je nog wel toen je vroeger oud wilde worden?
wat deed je met vakantie, ging je ook op reis naar verre oorden om te concluderen dat het net was als op de foto’s maar dan met toeristen?
lust je nog een stukje taart?
fijn hè, mooi weer?
fijn hè, mooi weer spelen?
deftig knikken, af en toe naar de tuba blikken – god, wat moet dat nou weer
ga je weer naar huis?

In winter

a figure in a flurry of memos observes her pendulum clock
  work through all the rules and I will know how to act my part
    men, part citizen, nothing to uncover
    story of the land being uprooted, and all the while she is keeping time
  she is
  like an oak in winter
a rustling

a blackbird recites a piece by Shakespeare, mis-attributed, all rights reserved
  or righteously open and bleak
as if there’s grey that I don’t know, polar opposites
  a prison of desire
  a menu of choice, three dishes
  presented and discussed in hushed and revered tones
    in passing
    only the smouldering of the fire reaching my ears

I am so quiet, I am
so quiet, I
barely know how to articulate my consonants
constants I try to hold on to as the world stays in motion
blankets of sorrow draped between the trees
like an birch in winter
a fleeting murmur