Recent

berichten in de categorie 'Spoken word'

Uit het niets

ik sta hier als danser op een onzichtbaar koord, met tutu en spitzen in lila
en als ik ronddraai en in mijn bovenarmen knijp ik me zo wakker voel, ik me zo, zo levendig voel
ik sta hier als een wervelwind in een sneeuwbol
om uit het niets een leeg huis met warme adem tot leven te blazen
een spontaan ontstaan, een achterhaald concept als paardenmiddel tegen hysterie weer ontzettend in trek
als ik op mijn fiets met rugzak en een rijzweepje de straat van mijn ouders uitrijd

om vanaf vandaag per briefpost handen vast te houden – zij, daar, en ik, hier
een telepatische kus, een koelkastmagneet als souvenir
al heeft de stad Parijs nooit echt tot mij gesproken

een tunnelvisie, een razend naderen van de val na het hoogtepunt
als een glijbaan in het pretpark om met tig maal de ontsnappingssnelheid dit hemellichaam een afscheidsgroet te brengen
en tussen tal van planeten te weerkaatsten, in z’n vrij rond te zweven
met sterrenstelsels in de palm van mijn hand en sterrenstof tussen mijn tenen de kust afstruinen, op zoek naar goud
een beetje pseudowetenschap, een beetje inschatten of ik al in een duinpan tot rust kan komen

in de baan van een ander, op de tast op zoek naar een onzichtbaar ongekend onontkoombare aantrekkingskracht
een dans zonder fusie, een flashmob op Antwerpen Centraal en die ene tel dat ik mijn ogen sluit dat zij dan dichterbij komt staan en we door de ruimte tollen, aan elkaar vast en vast ook eens los, dan weer vast en zeker zonder elkaar in de armen van een ander

om lachend, uitgeput, in donzen kussens te belanden
en als de storm zijn rust hervindt
om nog vlokken sneeuw op mijn lila schoenen terug te vinden

Spontaan

dat ik thuis zit op mijn driezitsbank van gerecycled leer, Miele-fornuis en koelkast met vrieslades, alarm als je hem te lang open laat staan

na een dag telewerken, digitaal hallo, digitaal vaarwel
een gesprek met de koffiemachine thuis waar ik hem over mijn escapades van de dag ervoor vertel, hij espresso maakt

ik overweeg ontslag te nemen
in een Tibetaans klooster het leven te overpeinzen
maar ik heb zo veel meubels dat Shurgard mij geen hokje verhuren wil
en ook mijn ouders mij te kennen gaven dat mijn kinderkamer door het logeerbed ingenomen is een de muren wit zijn

dat ik onderuit gezakt op de bank dan nadenk over een kat uit het asiel, of twee
Mies en Mimi, mevrouw de voorzitter en de secretaris
maar het dan niet doe, uit angst voor de haren op mijn nette pak

Onderweg

Ik rijd in de trein van binnen- naar buitenland, ik rijd hard door bij de gratie van rechtgezette wissels. De machinist omhelsde haar man gisternacht stevig, speelde de meerdere.
Ik reis en ik lees een boek. Achter mij wordt Frans gesproken, de rien. Ver voor mij ligt mijn bestemming.
Ik lees een boek, geconcentreerd, kijk op, zie een rotspartij. Hier ben ik gedoopt, de thermen, de juiste zouten vloeien, kristallen schitteren en —
Ik lees een boek, een bos passeert. Hoge loofbomen, vol lof over mijn werkwijze. Ik weet het stiekem wel, voel me alleen zo, zo onzeker, vind de toenadering zo zacht.
Ik lees een boek, het hoofdstuk duurt voort en ik ben razend, werkelijk razend verliefd. Rotspartij, bomen, boeken en aan de horizon een hand.
De vijvers zitten vol leven, schitterende vissen wentelen in de stroom, aan het spit, op mijn bord.
Ik ben ontzettend welgesteld.
Ik reis samen met de wereld die mij nog niet kent. Een sliertje herkenning, en passant, dan is het weer voorbij.

Ingebrand

Splinternieuw was je auto, felzwart, zichtbaar kostbaar. Je enig kind. We zwaaiden van links naar rechts, tegen het buigen van de weg in, ik in de passagierszetel, jij, zeker, achter het stuur.
De lantarenpalen beschenen je gelaat ritmisch, terwijl jij in een ander ritme heen en weer deinde, schijnbaar op de muziek die toch net in een ander tempo klonk. Je berustte je in de resulterende onregelmatigheid, ik nestelde me in je rust.

De wereld leefde op zijn kant. De steile rotswanden waren lastig te begaan, maar je viel niet honderd meter lager te pletter, dood als je je handen ontspannen wilde, bij een verkeerde ademhaling.
Ik was een aasgier, ik leefde op voorspelde ellende. Ik kantelde gewoon mee toen de boel begon te draaien, spreidde mijn vleugels en vloog een andere vlucht.
Ik zag met name zwart.