Recent

berichten in de categorie 'Verhalen'

Geesten en toiletten

Het liefst maken geesten gebruik van dixi’s of het sanitair op benzinestations. Dit moet ik terugnemen aangezien geesten het liefst geheel geen gebruik van toiletten maken. Als de nood hoog is, echter, heerst er een unanieme voorkeur voor sociaalgeografisch afgelegen gelegenheden.
Ze willen niet te veel aandacht op zichzelf vestigen. Stuk voor stuk komen ze naar verloop van tijd erachter. Mijn buurman, onlangs nog, begon met het gemak gebruiken in zijn eigen huis, zoals vrijwel allen. Toen eerst zijn eigen vrouw zich letterlijk doodschrok en hij daarna de nieuwe bewoners de stuipen op het lijf gejaagd had herzag ook hij zijn gewoontes.
Het is niet gemakkelijk te verwerken om klapperende wc-deuren gepaard te zien gaan met een grijzige waas. Voor mij is het normaal, ik ben ermee opgegroeid. Mijn vader was immers begrafenisondernemer en als zodanig voerde hij de rite uit om de doden hun geestelijk voortbestaan aan te bieden en te realiseren. Hij had graag gezien dat ik in zijn voetsporen treden zou, in dit leven en het hiernamaals als accountmanager van overleden zaken. Het mocht niet zo zijn, mijn hart lag bij de muziek en vooral bij klassiek.

Een gesprek tussen moeder en zoon

Van het zolderkamertje kwam een regelmatig gegons. Een vrouw werkte snel en geconcentreerd aan een naaimachine. Naast haar stond haar zoon, gebiologeerd door het voortdurend steken van de naald.
Hij wilde haar over zijn lange nacht vertellen. Het liep al tegen de middag. Hij was zo lang als hij durfde in bed blijven liggen, had zich uitgebreid gedoucht en toen hij zeker was dat er niemand in de keuken was had hij van daar ontbijt naar zijn kamer gesmokkeld.

Zijn moeder keek niet op terwijl ze vroeg, “leuke avond gehad?” Ze had hem gisteren horen binnenkomen, laat, zacht de deur achter zich sluitend en langs haar slaapvertrek naar bed sluipend.
Hij knikte, een bevestiging die meer als inleiding tot ontkenning diende. “Ja, nou ja,” murmelde hij, toen hij besefte dat ze het niet zag.
Lachend keek ze even naar haar zoon, om vlug naar haar naaiwerk terug te keren, zo vlug dat ze zijn twijfel niet zag. Het net zomen van het kleed vereiste al haar aandacht. “Het was goed laat, zo laat als ik het vroeger zelden maakte,” zei ze, met de lach nog hoorbaar in haar stem.
Beschaamd keek hij om zich heen, naar niets, juist om nergens heen te kijken, in verlegenheid gebracht door het feit dat ze hem gehoord had. “Ik trachtte stil te zijn, sorry ma.”
“Het geeft niks. Ik was gewoon nog wakker. Ik ben blij dat je het goed hebt gehad.”

Een huwelijk

De zesde leeuw komt ook naar buiten, het vlees grotendeels weggeroofd. Hongerig stort hij zich op de resten, likt de stenen. Twee duiven voor het ziekenhuis vechten om wat een voorbijganger heeft laten vallen. In de verte gaat de zon onder. Een man verzet zijn gebroken been, wat broos gespalkt is. Zijn vriend biedt hem steun. Het geluid zwelt aan.

Zijn broers en zussen kijken van afstand smalend toe. Het komt hen op een corrigerende tik van de moeder te staan. De ene duif plant zijn snavel in de flank van de ander. De horizon heeft nog een dun oranjerode streep licht. De man heet Henry. Hij weet niet of hij zich beklagen moet om zijn lot, of gelukkig geprezen zou moeten worden omdat de dokter hem zo goed hielp. Er lijkt een band te gaan spelen.

Weerzin

Ze wast zich in stilte. Een parelwitte badkuip, staand op gouden leeuwenbeeldjes, biedt ruim plaats. Uit het huis klinkt vioolmuziek. Als haar man nu de trappen op zou komen, de schuifdeuren die toegang tot het dakterras geven openen zou, het zou haar niets verbazen.
Met een klein, kirrend lachje trekt ze de zwarte plastic stop uit het putje. Het overtollig water wordt via de dakpannen door de regenpijpen weggevoerd, aanstormende irrigatie voor het droge noorden.
De leeuwen zetten zich schrap tegen het schuine dak als zij zich aan de rand van het bad omhoog hijst en op haar tenen naar buiten stapt.
Ze wringt haar kleding en haar uit. Schudt zich uit, strijkt langs haar flanken. Dan stapt ze het raam door, de dag in, wulps en plots tegelijk.

De veiligheid in mij

Een terugblik leverde nauwelijks nieuw inzicht op. De weinige ontdekkingen die we deden kwamen klam, als de palmen van onze in elkaar gevouwen handen. Angstig, angstaanjagend, eender en leeg.
Zonder dat er een introductie, een opmaat, of wat dan ook geweest was begon hij. Broeierig weer, op zich was ik het met hem eens.
Zijn manier van zaken aan de kaak stellen had iets ontwapenends, naakt en direct, franje weggelaten en ondanks de scherpte nooit kwetsend. Als je nadacht, althans.

Ik voelde me gesterkt door zijn woorden, tot mij gefluisterd terwijl ik in het openbaar aan zijn voeten zat. De tijd zwierde voorbij en met haar alle vreemde talen en mij ongewone gebaren. Hij bracht het terug tot een kern van betekenis voor mij.
Met die klank nog resonerend, lang voordat hij wrang werd, steeg ik op en had ik ons dak gelegd.
Ik wist dat ik nu de kracht had en in deze lichtflits, in het midden van deze openbaring zag ik helder voor me dat ik altijd hier terug kon keren. Waar ik ook was, de veiligheid die ik zocht was in mij.
Ik zwierde voorbij, een engel voor hem, met vuurrode haren.
Het waren onze betere dagen, met een leesfauteuil, een lessenaar op het grote plein. Tussen de wegwerkzaamheden, in het midden van de bouwput. Fier overeind, hoofd zo gekanteld dat de wind zijn oorlel aaide, net als ik.
Hij sprak rede en werd gehoord. Het begin van een revolutie en iedereen die door hem bezwangerd wilde worden. Hij was alleen van mij, gifgroen en met malende tanden, die broos in de mond uiteenvielen als hij mij sussend toesprak.
De menigte wilde meer.
Het geld stroomde binnen en na niet al te lange tijd telden we schelpen aan de zee. Zout zand klittend in onze haren.

Nu was dat voorbij.
Een dal.

De kleine witte motorboot schampte mijn eenmaster. Het kwam allemaal veel te dichtbij. Ik schreeuwde luid, wenste de agressor tetanus, malaria toe.
Ongedeerd door mijn roepen zwenkte hij eerst naar rechts om vervolgens weer op ramkoers mijn vaarwater trachten te kruisen.
Ik kon de stapels boeken aan bord zien liggen, kon de titels op de natgespatte kaften lezen terwijl zijn schurftige kop weer dichterbij kwam.
Met heel mijn lijf wilde ik hem tot zinken brengen, hij in dat aftandse bootje van hem, en

We lagen in elkaars armen, veel te gecompliceerd. Jaren na dit aannemelijk was, om ons jong te voelen. Volkomen uit ons doen.
In een poging taai te lijken verbeten we ons en ik bedacht me dat hij zich ongetwijfeld opofferen zou. Hij dacht ongetwijfeld hetzelfde, zoals we vaker in ons ongeluk tot een werden.
In de toekomst hadden we niets. Nadat we alles gespendeerd hadden waren we arm.
Na alles uit te geven waren we naakt.

Er is er een harig

Een weinig bekend feit over het menselijke lichaam is dat het meest harige plekje zich niet rond het geslacht bevind, maar meestal in de holte van de linker grote teen. Vlak na de geboorte wordt de baby bezocht door een wezen van de Symen-familie. Al verschillen ze in kleur en overheersende stemming, allen zien eruit als een bol haar met klauwtjes. Deze klauwen dienen voor het openrijten van de grote teen. Ze zijn zo scherp dat het maken van een gat in de teen vrijwel pijnloos gebeurd. Het enige resultaat is dat de baby flink begint te janken en zijn luier volschijt, maar aangezien de ouders zich op dergelijke taferelen negen maanden hebben voorbereid besteden ze er nauwelijks aandacht aan. Het blijft beperkt tot uitroepen over hoe schattig het wel is dat de verse pamper nu vol dampende bruine derrie ligt, er vindt geen nader onderzoek aan de tenen plaats.

Een dunne lijn

Niet dat het uitmaakt.

Ergens ver zuidelijk, op een plek waar de seizoenen geen vat op de omgeving meer hebben, loopt een brede, bruisende rivier. Andere stromen slijten na verloop van tijd nieuwe bochten in de kades, meanderen en roeien zichzelf in zekere zin uit. Deze rivier laat het landschap volledig intact, maakt geen bochten. In een kaarsrechte lijn stroomt hij van onbereikbare bergen naar de zee.
Op een kleine stad in de monding van de rivier na, is de bebouwing rond het water nooit echt op gang gekomen. Ongeveer elke honderd kilometer ligt er wel een haventje, maar de houten steigers zijn veelal rot en zelden liggen er nog boten aangemeerd. Ook in de huizen rondom is het stil.
Het enige wat de stroom meevoert zijn stukken hout, of het kadaver van een roekeloos hert.

Wolkendek

Gretig klokte An haar ranja met rum weg. We waren alleen, exclusief voor elkaar, hoog in achting. Thuis, ramen en deuren gesloten. We namen het zekere voor het onzekere. Al deden we er lacherig over, we wisten beiden dat het voor ons bloedserieus was, tot en met de zware gordijnen.
An wond slierten van haar sjaal om haar vinger en ik, ik keek haar recht in de ogen en lachte. Ik was van ons twee het verst van de realiteit verwijderd, maar zij deed graag met mij mee. We probeerden elkaar af te troeven, gewoon als ontspanning.

Drie kamers en een grijze flat

Twintig verdiepingen aan keuzes worden mij geboden. Al stijgend probeer ik een patroon te vinden in de soms wel, soms niet uitgevallen lichtjes van de etage-aanduidingen. Voor ik merk dat ik de top heb bereikt klinkt er een alarmerend belletje. Dit lift komt tot stilstand, de deuren schuiven open, de geur van lange gangen verspreidt zich.

Het dichtst bij de natuur

“Nu alleen nog deze zeepkist aan de grond krijgen.” Lucard keek opzij naar zijn co-piloot, Andre, die met een bleek gezicht trachtte zijn ademhaling weer onder controle te krijgen. Ze waren net overvallen door een onweersbui boven Kopenhagen.

De weersvoorspellingen waren goed geweest voor de lijnvlucht van Amsterdam naar Helsinki. Beter kon niet bijna, goed zicht, geen wolken. Vanuit het niets was er een bliksemflits. Lucard had nog naar de lucht gekeken. “Er is hier niets te zien!” had hij verbaasd uitgeroepen. Andre had geen tijd gehad om te reageren, want een tweede bliksemschicht trof hen. De cockpit werd gevuld met schelle sirenes en het geraas van donder. Twee van de vier motoren hadden het voor gezien gehouden. Op de altimeter was te zien dat het vliegtuig hoogte begon te verliezen.