Recent

berichten met de tag 'eenzaamheid'

Kwijt

Zie hier, met voetnoten, een tweedeling
een van de tweeling heeft al lang de benen genomen
alleen een corpus lege woorden is nog te vergeven
één: tegen kost en inwoning
twee: tegen beter weten in
hou ik me vast aan idealen die ik zelf niet onderscheiden kan
  mijn wetenschap, mijn experiment, mijn proeftuin en controlegroep
  alles is in een verpakt – een jasje aan, een badge erop en de voordeur uit, verkopen maar

Te lange nachten en lang waken, kaarsen, angst voor koolstofmonoxide
trillende benen, een vaste stem en bluf waar de praktijk te moeilijk bleek
verstrengeld met een vreemde vrouw in parelwitte dekens, ik wacht tot ze het warm heeft
  ik wacht tot ze verdwijnt en ik mijn handen ergens anders warmen kan, bij een ander mijn jaarringen tellen mag

Stukje bij beetje raak ik mezelf kwijt, ik versplinter
en als ik dan mijn ogen open doe en op de klok kijk
de bezem zuchtend oppak en de scherven opveeg doorzie ik het mozaiek

Ik stel de legpuzzel samen en kijk het resultaat in de ogen – het is een spiegel
ik pak de teugels en keer de kar, hotsen, bonzen, traag keer ik in mezelf
ik dorst naar water of naar wijn maar d ebeker blijft leeg en het meer blijft spiegelglad
  en waar ik ook kijk of om mij heen grijp – ik ontkom niet

Torenkamer

haar visie is groot
achter de dichtgedraaide
  lamellen
ze staart weemoedig
  naar buiten
waar rijp koren
  goudgele zee voorbij drijft
zij is altijd in beweging

van waar haar hand reikt
laat ze landen vallen
haar lokroep trekt
  de duiven aan
diep van binnen
bindt ze aan
  een onbekende angst

de met zand bestoven
  dakpannen
de instabiele ondergrond
het afdwalen als ze
  tracht te luisteren
tot slot

Een dunne lijn

Niet dat het uitmaakt.

Ergens ver zuidelijk, op een plek waar de seizoenen geen vat op de omgeving meer hebben, loopt een brede, bruisende rivier. Andere stromen slijten na verloop van tijd nieuwe bochten in de kades, meanderen en roeien zichzelf in zekere zin uit. Deze rivier laat het landschap volledig intact, maakt geen bochten. In een kaarsrechte lijn stroomt hij van onbereikbare bergen naar de zee.
Op een kleine stad in de monding van de rivier na, is de bebouwing rond het water nooit echt op gang gekomen. Ongeveer elke honderd kilometer ligt er wel een haventje, maar de houten steigers zijn veelal rot en zelden liggen er nog boten aangemeerd. Ook in de huizen rondom is het stil.
Het enige wat de stroom meevoert zijn stukken hout, of het kadaver van een roekeloos hert.

Wolkendek

Gretig klokte An haar ranja met rum weg. We waren alleen, exclusief voor elkaar, hoog in achting. Thuis, ramen en deuren gesloten. We namen het zekere voor het onzekere. Al deden we er lacherig over, we wisten beiden dat het voor ons bloedserieus was, tot en met de zware gordijnen.
An wond slierten van haar sjaal om haar vinger en ik, ik keek haar recht in de ogen en lachte. Ik was van ons twee het verst van de realiteit verwijderd, maar zij deed graag met mij mee. We probeerden elkaar af te troeven, gewoon als ontspanning.

In search

Number 2 of 3
of English poetry
for my international friends

lost in far-stretching plains
we hunt for a helping hand
“let’s choose to disbelieve,” I boast
she shakes her head silently

I can tell her heart is melting
but she beams with ice cold eyes
as I run my fingers through her hair
and mine too, desperately

“read my lines,” I encourage her
“read what’s written in between”
but as the dusk she fades
and only mutters quietly

Teer

kleine vlammetjes branden in mijn gezicht
likken aan mijn wenkbrauwen, mijn wangen
ik heb me schor gehuild vannacht
in een veel te grote kamer
alleen met mijn verdriet

ik teer op mijn laatste ademteugen
dorstend naar wat verse lucht
de leegte neemt me in zich op
het beetje warmte sijpelt
uit de grijze sintels weg

om mij heen heb ik spullen verstrooid
hun nut verloren in enkelhoog as
het is te lang al te veel geweest
in dit ongeremde draaien
zonder levenskracht

De verlaten reiziger

De man was in Schagen ingestapt, had een plek uitgezocht in het midden van een tweede klas-coupé, onderin de dubbeldekker. Op de bank tegenover hem had hij zijn eigendommen uitgebreid uitgestald, zijn schoudertas met proviand en daarnaast een blocnote. Hij had het zich comfortabel gemaakt door zijn jas over zijn stoel uit te spreiden, en sluimerend had hij zich laten meevoeren door de landschappen die hij alleen kende van het venster waardoor hij keek. De kerk in Roermond zag er uit als op elke andere dag, het beekje stroomde wat sneller dan gewoonlijk.