Recent

berichten met de tag 'geluk'

Achtbaan

vanochtend werd ik wakker in de volle overtuiging een achtbaan te zijn
een oude houten stalen achtbaan met overhellende bochten en daverende wagens
en waarom ook niet, is dat de juiste vraag —
waarom zou ik geen ritje maken

  ik ga razend hard, hoor mij maar
  gister was ik nog in Tokio
  en jij hield mij bij mijn haar
  en trok me naar je toe
  terwijl ik alleen maar buitelen wilde
  alleen naar buiten
  zonder regenpak of andere zorgen
  het weer en wind in mijn uitgestrekte armen sluiten
  en vrij dolen, los van de baan

  mijn verf bladdert af
  even lijkt het of ik oud ben maar ’t blijkt, ik ben authentiek
  schurend, piepend, soms zelfs rammel ik van de honger
    bid ik om een broodje
      niks
    wil ik vanuit mijn stoel
    een kleurplaat kleuren
  en dan denk ik, soms
    dan schrik ik op uit mijn gedachten
en reis ik kermis na kermis af,
stad na stad

Een officier

   late namiddag
   opstellen

in een slibstroom rond
de oude lijn, vagelijk vertrouwd
breuk, geen verbinding

pak ze aan! de thuisbasis
behoeften vervuld – vanaf dan ontevreden
met zijn geweer en mantel en
handen boven ’t hoofd
tol rond en dol
dwaas, het ene moment wit
brood voor ontbijt, dan de tuin in

de buren bellen bezorgd
het instituut komt, de mannen
ze knikken, ze kennen het wel en
de schoonmaakster zelfs zag het
   aankomen, afvallen,
een constant geloofd in de goot
met een geoefende worp
de baby met het badwater mee
want niemand weet waar het begon
ze ontsmetten de zalen
de purperen muren, de balkamer
het services, net nieuw van de winkel
het vuilnis want god weet
hoe het beweegt
de paden van de avonturier zijn ongeremd
zijn gulp dicht, stropdas recht
maar toch op het brancard

buiten was het onlangs zomer
en een gelovig hart
ontwaakt een al te vroege morgen

de schoonmaakster heeft het nakijken
haar wisselgeld in een geopende hand
een verbijsterde blik
   veld ruimen, mijnen opgraven,
’t is net schat zoeken
   even gevaarlijk immers
   als je op de bom trapt ben je rijk
   geen feest, geen vlaggen, geen lunch
even maar en dan keert ze om
de rust toe, de luwte waarin
alles mogelijk is
en ze haar ogen sluiten kan
voor de onderhuidse band

Olifanten

Ik voel me zo goed en
olifanten zijn zo leuk, ze hebben een slurf
als zij blazen, als ik blaas-
    instrumenten aanruk, trompotten, trombones
    een hele fanfare aanruk, bombastisch als altijd
met mij ernaast, mijn bescheiden zelf

Olifanten zijn grijs
en volgens mij helemaal niet zacht maar heel ruw
stug en weerbarstig, dat zoek ik

Stiekem wil ik wel duizend worden
niet verklappen, drie nullen
om ook oud, grijs en vooral wijs, o zo van de wijs te zijn

Ik wil alles wat ik nog niet ben
behalve stom zijn, dat lijkt me nou niks op de een of andere manier-
    en aanleren en dan eindelijk bloeien
    ontpoppen, al was ik een opgekruld zaadje dat zo tot leven springt

Al was ik een mooie olifant
met een madeliefje in zijn slurf

Onderscheiding

 de gewone pas
  vormeloos, in tweeën gesplitst
  voetje voor voetje
  vrij en in lucht

 de grote stap
  in de diepe poel
  zonder te weten
  of het reinigt of vervuilt

de zachte haren aaien de gespannen huid
een aanraking zo zacht en onverhuld

  koel in de schaduw
  in de beschutte flank
  nasidderend de regelmaat
  van ademhaling vinden

 een stevige pas, zeker
  het uitstralen van kracht
  en een dagende rust

Voorwaarts

spontaan aarden
 in opengelaten ruimtes
onverstoord doorboren

een onregelmatig patroon
van onverwachte stappen
voetafdrukken in het zand

op de tast een middenweg
tussen sierlijk en stuntelen

een retrograde progressie
  de opbouw van spanning
  het straktrekken van
    elastisch touw
  tot slot met stil applaus
  met alle knoppen op
    waarschijnlijkheid
het katapulteren van oneindig

handen in het haar
  duimen draaien
  spieren aangespannen,
klaar voor de inslag
de proefballon ter hemel laten

hoogzwanger nakijken
extatisch door achterlaten

Een dunne lijn

Niet dat het uitmaakt.

Ergens ver zuidelijk, op een plek waar de seizoenen geen vat op de omgeving meer hebben, loopt een brede, bruisende rivier. Andere stromen slijten na verloop van tijd nieuwe bochten in de kades, meanderen en roeien zichzelf in zekere zin uit. Deze rivier laat het landschap volledig intact, maakt geen bochten. In een kaarsrechte lijn stroomt hij van onbereikbare bergen naar de zee.
Op een kleine stad in de monding van de rivier na, is de bebouwing rond het water nooit echt op gang gekomen. Ongeveer elke honderd kilometer ligt er wel een haventje, maar de houten steigers zijn veelal rot en zelden liggen er nog boten aangemeerd. Ook in de huizen rondom is het stil.
Het enige wat de stroom meevoert zijn stukken hout, of het kadaver van een roekeloos hert.

Ogen open

met open ogen
  handenvol kiezels zaaien
  liefdevol bedekken
  zonder oogst te verwachten

diep in de nacht
  rug op de warme aarde
  regen verlangen

uiterst precies
  hemelhoge rozen voeden

door het leven getild

in koude dagen
  wiegen in varens
  met de zomerbries
  naar het licht geleid

Luid

in rust naar de hemel klimmen
het voorportaal van de zomer omwikkelen
en in volle pracht openbloeien
      bloesems over aarde strooien

met kin omhoog regen ontwijken
op een podium door schijnwerpers belicht
in het midden van een plein
      leven uitschreeuwen

beheerst de brede vleugels slaan
zwaard strijdlustig boven ’t hoofd geheven
de opkomende zon tegemoet vliegen
      de drang om te ontstijgen

Wat wij opwerpen

flarden specie en cement
 aan een broekpak vast gehard

een bakstenen huis dat kalm
 in de lucht zijn vorm verkrijgt

zachtroze straalt de zon
 op het leven op de rand

 

een merel vliegt met boomschors aan
 en nestelt zich in de dakgoot

de voordeur staat op een kier
 sleutel buiten in het slot

lentezon lijkt ons te strelen
 in het leven op z’n kant

Twee peddels

met voorzichtige bewegingen schuif ik ochtendmist opzij
en ontbloot een eilandje rust, stil in de oceaan
     een houten zeilboot is op het strand getrokken
     twee peddels en een shirt liggen in het rulle zand

afwezig staar ik naar het niets omhoog
om een nog niet vervlogen zweem parfum te vinden
     tussen de geuren van de baai zinder je na
     en overspoel je alles met een warme kalmte

op de achtergrond gaat het leven onverschillig door
de boomtoppen fluisteren zacht in de wind met elkaar
     af en toe onderbroken door een echoënde lach
     en vogels die zingend om het luchtruim strijden