Recent

berichten met de tag 'leven'

Plannen

ik ga koekjes bakken vanavond ik ga
    naakt midden in mijn kamer met
      mijn kleren om mij heen verspreid
    mijn lichaam met hartjes voltekenen
    watervaste stift in de hand ik
      vul mijn lichaam aan
    val mijn logge lichaam af

terwijl ik voor de oven wacht
impregneer ik mijn lijf met zwarte inkt ik
    ben een meesterbakken ik
    bak ze

dit betekent wat
    er over blijft wordt weggegooid ik
    word een zebra met vlekken, geen strepen

ik lig in mijn hangmat op het strand
tussen de palmbomen met
    vers gebakken koekjes in mijn hand

Olifanten

Ik voel me zo goed en
olifanten zijn zo leuk, ze hebben een slurf
als zij blazen, als ik blaas-
    instrumenten aanruk, trompotten, trombones
    een hele fanfare aanruk, bombastisch als altijd
met mij ernaast, mijn bescheiden zelf

Olifanten zijn grijs
en volgens mij helemaal niet zacht maar heel ruw
stug en weerbarstig, dat zoek ik

Stiekem wil ik wel duizend worden
niet verklappen, drie nullen
om ook oud, grijs en vooral wijs, o zo van de wijs te zijn

Ik wil alles wat ik nog niet ben
behalve stom zijn, dat lijkt me nou niks op de een of andere manier-
    en aanleren en dan eindelijk bloeien
    ontpoppen, al was ik een opgekruld zaadje dat zo tot leven springt

Al was ik een mooie olifant
met een madeliefje in zijn slurf

Vastbesloten

het vlakke land doet denken aan een stille zee
een lege vlakte, aanstekelijk zwijgzaam
de arme man vouwt zijn armen over elkaar
trekt aan zijn pijp
denkt aan zijn vrouw

hij is per vlucht naar haar crematie gegaan
geheel van slag
keerde hij terug
hoe hij gekomen was
leeg, moe en gehard

de jaren trekken aan hem voorbij
zoals de rederijen en de meeuwen en
op een goede dag
de bleke maan

de kap’tein kijkt strak vooruit
gepolijst hout in de hand
en in zijn hart een missie
door geen bestemming te vervangen
maar door te blijven dolen verguld

Brak

zo breekbaar
                  brood
waar nodig ver{kap}t
iel, dun
         etsjes
         blauw aangelopen
         druk van buiten
                  naar binnen

voor de volledigheid teken ik aan
   het pakje, Pax Romana,
   het kostuum, het gebruik
      ’s voorwerpsels doel
         lozen, links laten liggen
            (zo klinkt het devies)
         gerichter, rechterschouder als ondersteuning
            (zo beveelt hij
             zo is hij weg)

op het scherm- en schiettoernooi
de hersenactiviteit toonbaar gemaakt
                           gangbaar plots
                           tastbaar
ter discussie geboden, een veiling
   de meester zijn potentie (le kracht
                                    termen in het Frans
                                    en een bril op sterkte ermee)

(week)blaadjes over het seizoen,
grafen en baronnen, meters hooggeplaatste planken, horken
aan wijs^begeerte geen tekort
         [stok]
         tik tik (bom
                  vol overgave
                  hoge verwachtingen
                  wegen het zwaarts)
en liters uitleg – puzzelen over het gevoel (onbenoemd (op)gelaten
                  – wee je gebeente als je het aanraakt)
maar de brekingsindex (glas, lood) blijft

         toe:
            smeekbedes m/v

Beloofde land

het meisje wuift haar gezelschap na
van achter
het beslagen vensterglas
wrijft zij over haar dijen

uit de ladekast pakt zij nieuw kant
in verwachting
van een onuitgesproken wens
 

aan tafel heersen strikte regels
voor de dames van stand
maar de meiden van de keuken
die ze na de maaltijd spreekt
praten honderduit met haar

over de beloofde sprookjeshuizen
over goud en platina
en wat zij weet van morgen

Publiek gemaakt

een verwaarloosde man maakt zijn uitvinding bekend
zijn leegte en rust, als een kind lang gekoesterd
na zijn publicatie blijft hij daas dralen
zijn dankwoorden aan wijlen echtgenote gepreveld
en nu van zijn tanden ontdaan zonder doel

hij heeft nog ingestemd met het etentje
dat de gastvrouwe om zijn succes op touw heeft gezet
maar beseft zich terdege dat hij in de slibstroom ijlt
van zijn na hard werken behaalde faam
dat nu aan het tij overgeleverd is

in de laatste weken leefde de drang op
om zijn resultaten destructief te ondermijnen
zodat hij aan zijn houten bureau doorleven kan
en niet door zijn verveling naar de kantine
of de muziekruimte van het huis verbannen worden zou

in het restaurant breekt hij kaarslicht met wijn
en hoort meewarig het geanimeerde gesprek aan
laat zijn ogen door de warme ruimte dwalen
af en toe met een glimlach naar zijn tafelgenoten
op zoek naar de begripvolle ogen van zijn vrouw

Draaitafel

            interpreteren van beweging
         is vrijheid

in een heksenkring
   van hamers slaand op staal
de blaasbalg puft en zucht
en zweet smelt
   druipt rond het beblaarde voetstuk

rook stuift op
inhaleert gretig
van de kaart

stijg en
     rond en rond en rond rond en rond en rotonde-rond
     en rond en rond rond rood rond en ook groot
     rond en soms rond en soms
     heel soms
in een kring
   gesprek voeren over kern
   geef acht en zakenbelang
   fusie van ideeën
beklonken

Tol

de tinnen ton is omgevallen
water gutst over de schoot
en jaagt op de warmte

de slachtoffers wankelen in de wachtrij
zweep klapt en de schuifeldans vervolgt

    volgend hoofdstuk
prijsschieten met een allesomvattende loop
graven aan de weg dekt al het ongemak
  manipulatief lam
   geschrokken
de goede orde
  schoorvoetend in opstand

verderop flikkert een lithiumlamp
rukt en trekt aan de deken
  onder messcherpe hakken
 rouche en kantelende hoop
 ratelend stil
    stand ongenoemd gelaten
 voor het blok
 een schot

Een gesprek tussen moeder en zoon

Van het zolderkamertje kwam een regelmatig gegons. Een vrouw werkte snel en geconcentreerd aan een naaimachine. Naast haar stond haar zoon, gebiologeerd door het voortdurend steken van de naald.
Hij wilde haar over zijn lange nacht vertellen. Het liep al tegen de middag. Hij was zo lang als hij durfde in bed blijven liggen, had zich uitgebreid gedoucht en toen hij zeker was dat er niemand in de keuken was had hij van daar ontbijt naar zijn kamer gesmokkeld.

Zijn moeder keek niet op terwijl ze vroeg, “leuke avond gehad?” Ze had hem gisteren horen binnenkomen, laat, zacht de deur achter zich sluitend en langs haar slaapvertrek naar bed sluipend.
Hij knikte, een bevestiging die meer als inleiding tot ontkenning diende. “Ja, nou ja,” murmelde hij, toen hij besefte dat ze het niet zag.
Lachend keek ze even naar haar zoon, om vlug naar haar naaiwerk terug te keren, zo vlug dat ze zijn twijfel niet zag. Het net zomen van het kleed vereiste al haar aandacht. “Het was goed laat, zo laat als ik het vroeger zelden maakte,” zei ze, met de lach nog hoorbaar in haar stem.
Beschaamd keek hij om zich heen, naar niets, juist om nergens heen te kijken, in verlegenheid gebracht door het feit dat ze hem gehoord had. “Ik trachtte stil te zijn, sorry ma.”
“Het geeft niks. Ik was gewoon nog wakker. Ik ben blij dat je het goed hebt gehad.”

Ingebrand

Splinternieuw was je auto, felzwart, zichtbaar kostbaar. Je enig kind. We zwaaiden van links naar rechts, tegen het buigen van de weg in, ik in de passagierszetel, jij, zeker, achter het stuur.
De lantarenpalen beschenen je gelaat ritmisch, terwijl jij in een ander ritme heen en weer deinde, schijnbaar op de muziek die toch net in een ander tempo klonk. Je berustte je in de resulterende onregelmatigheid, ik nestelde me in je rust.

De wereld leefde op zijn kant. De steile rotswanden waren lastig te begaan, maar je viel niet honderd meter lager te pletter, dood als je je handen ontspannen wilde, bij een verkeerde ademhaling.
Ik was een aasgier, ik leefde op voorspelde ellende. Ik kantelde gewoon mee toen de boel begon te draaien, spreidde mijn vleugels en vloog een andere vlucht.
Ik zag met name zwart.