Recent

berichten met de tag 'liefde'

Onderscheiding

 de gewone pas
  vormeloos, in twee├źn gesplitst
  voetje voor voetje
  vrij en in lucht

 de grote stap
  in de diepe poel
  zonder te weten
  of het reinigt of vervuilt

de zachte haren aaien de gespannen huid
een aanraking zo zacht en onverhuld

  koel in de schaduw
  in de beschutte flank
  nasidderend de regelmaat
  van ademhaling vinden

 een stevige pas, zeker
  het uitstralen van kracht
  en een dagende rust

Een huwelijk

De zesde leeuw komt ook naar buiten, het vlees grotendeels weggeroofd. Hongerig stort hij zich op de resten, likt de stenen. Twee duiven voor het ziekenhuis vechten om wat een voorbijganger heeft laten vallen. In de verte gaat de zon onder. Een man verzet zijn gebroken been, wat broos gespalkt is. Zijn vriend biedt hem steun. Het geluid zwelt aan.

Zijn broers en zussen kijken van afstand smalend toe. Het komt hen op een corrigerende tik van de moeder te staan. De ene duif plant zijn snavel in de flank van de ander. De horizon heeft nog een dun oranjerode streep licht. De man heet Henry. Hij weet niet of hij zich beklagen moet om zijn lot, of gelukkig geprezen zou moeten worden omdat de dokter hem zo goed hielp. Er lijkt een band te gaan spelen.

De veiligheid in mij

Een terugblik leverde nauwelijks nieuw inzicht op. De weinige ontdekkingen die we deden kwamen klam, als de palmen van onze in elkaar gevouwen handen. Angstig, angstaanjagend, eender en leeg.
Zonder dat er een introductie, een opmaat, of wat dan ook geweest was begon hij. Broeierig weer, op zich was ik het met hem eens.
Zijn manier van zaken aan de kaak stellen had iets ontwapenends, naakt en direct, franje weggelaten en ondanks de scherpte nooit kwetsend. Als je nadacht, althans.

Ik voelde me gesterkt door zijn woorden, tot mij gefluisterd terwijl ik in het openbaar aan zijn voeten zat. De tijd zwierde voorbij en met haar alle vreemde talen en mij ongewone gebaren. Hij bracht het terug tot een kern van betekenis voor mij.
Met die klank nog resonerend, lang voordat hij wrang werd, steeg ik op en had ik ons dak gelegd.
Ik wist dat ik nu de kracht had en in deze lichtflits, in het midden van deze openbaring zag ik helder voor me dat ik altijd hier terug kon keren. Waar ik ook was, de veiligheid die ik zocht was in mij.
Ik zwierde voorbij, een engel voor hem, met vuurrode haren.
Het waren onze betere dagen, met een leesfauteuil, een lessenaar op het grote plein. Tussen de wegwerkzaamheden, in het midden van de bouwput. Fier overeind, hoofd zo gekanteld dat de wind zijn oorlel aaide, net als ik.
Hij sprak rede en werd gehoord. Het begin van een revolutie en iedereen die door hem bezwangerd wilde worden. Hij was alleen van mij, gifgroen en met malende tanden, die broos in de mond uiteenvielen als hij mij sussend toesprak.
De menigte wilde meer.
Het geld stroomde binnen en na niet al te lange tijd telden we schelpen aan de zee. Zout zand klittend in onze haren.

Nu was dat voorbij.
Een dal.

De kleine witte motorboot schampte mijn eenmaster. Het kwam allemaal veel te dichtbij. Ik schreeuwde luid, wenste de agressor tetanus, malaria toe.
Ongedeerd door mijn roepen zwenkte hij eerst naar rechts om vervolgens weer op ramkoers mijn vaarwater trachten te kruisen.
Ik kon de stapels boeken aan bord zien liggen, kon de titels op de natgespatte kaften lezen terwijl zijn schurftige kop weer dichterbij kwam.
Met heel mijn lijf wilde ik hem tot zinken brengen, hij in dat aftandse bootje van hem, en

We lagen in elkaars armen, veel te gecompliceerd. Jaren na dit aannemelijk was, om ons jong te voelen. Volkomen uit ons doen.
In een poging taai te lijken verbeten we ons en ik bedacht me dat hij zich ongetwijfeld opofferen zou. Hij dacht ongetwijfeld hetzelfde, zoals we vaker in ons ongeluk tot een werden.
In de toekomst hadden we niets. Nadat we alles gespendeerd hadden waren we arm.
Na alles uit te geven waren we naakt.

Schuilen in rust

zijn vogels kennen
   geen trek
en wanneer hij
zijn hoofd te ruste legt
ademt ook zij
 zachte wolken in zijn schoot

onder de naalden
   ruist hij
en fluistert zij hem
 haar stuk toe

geborgen draden vallen
 rank van haar
 en schampen zijn armen licht

aan zijn windsels voelend
zoekt hij de schuilplaats op
waar hij haar gedachte
loom in zijn armen wiegt

Voorwaarts

spontaan aarden
 in opengelaten ruimtes
onverstoord doorboren

een onregelmatig patroon
van onverwachte stappen
voetafdrukken in het zand

op de tast een middenweg
tussen sierlijk en stuntelen

een retrograde progressie
  de opbouw van spanning
  het straktrekken van
    elastisch touw
  tot slot met stil applaus
  met alle knoppen op
    waarschijnlijkheid
het katapulteren van oneindig

handen in het haar
  duimen draaien
  spieren aangespannen,
klaar voor de inslag
de proefballon ter hemel laten

hoogzwanger nakijken
extatisch door achterlaten

Het verschijnen

de manifestatie van rijk gevulde harten
in een lange ademteug verguld

een stapel gevleugelde platen
ontbrandt in een duikvlucht naar de bodem

sporen zoeken met reikende vingers
woelend in de warme rode grond

speels licht ontspringt in een vergezicht
en krult ingetogen naar binnen toe

bestemmingsloos middenin het geraas
want aanwezigheid is reeds overal

rede zoeken in diepe spelonken
grijzend naar de morgenstond

Nesteldrang

geborgen denken voor de wereld verscholen
zzzo afgevlakt en klaar
  wat legitiem en naar
om als pion naar voren te wuiven
gevoelens teder verholen

het is een last, het is ((nesteldrang
      present, saluut,
      wachten tot eveneens
      de wezen groeten)
    met af en toe een fout)
het is geen last

stipt zijn, met verbazing
  thee met honing in de morgen
  later op de dag koesteren
  de avond gespiegeld

Wolkendek

Gretig klokte An haar ranja met rum weg. We waren alleen, exclusief voor elkaar, hoog in achting. Thuis, ramen en deuren gesloten. We namen het zekere voor het onzekere. Al deden we er lacherig over, we wisten beiden dat het voor ons bloedserieus was, tot en met de zware gordijnen.
An wond slierten van haar sjaal om haar vinger en ik, ik keek haar recht in de ogen en lachte. Ik was van ons twee het verst van de realiteit verwijderd, maar zij deed graag met mij mee. We probeerden elkaar af te troeven, gewoon als ontspanning.

A walk in the forest

Number 3 of 3
of English poetry
for my international friends

thin scarves afloat in northern winds
caught in its grasp, twitching to escape

blue baby eyes peeking from a cradle
an ongoing investigation on outside life

a tiny creature boldly shakes my hand
on the borders of what we imagine to be here

wearing bright yellow ponchos whenever we go outside
lowering the cap to feel raindrops on our heads

rotating on the spot with outstretched arms
reaching for the sky, intercepting strangers

In search

Number 2 of 3
of English poetry
for my international friends

lost in far-stretching plains
we hunt for a helping hand
“let’s choose to disbelieve,” I boast
she shakes her head silently

I can tell her heart is melting
but she beams with ice cold eyes
as I run my fingers through her hair
and mine too, desperately

“read my lines,” I encourage her
“read what’s written in between”
but as the dusk she fades
and only mutters quietly