Recent

Kleurenwaaier

na jarenlang zwemmen kom ik boven water in de compressiekamer – muziek klinkt en ik word langzaam wakker
ik droom dat ik op tienduizend kilometer hoogte zweef en het buiten regent, dat ik in kussens genesteld dood ga
ik voel me heel erg klein en ik kruip door het sleutelgat, ik kom aan de andere kant van de wereldbol boven aarde
in de tussentijd gebeurt er niets en toch van alles, verveel ik me en koop ik veel te durfe koffie, snoei ik een bosui en eet roerei

ik ben op doorreis en zie flarden:
    in de ochtend trekt de roofvrouw het land in en kleurt het landschap een hartelijk groen
    het tempeltje aan de voet van de heuvel herbergt een zwerfkat die vandaag jarig is
    in de doe-het-zelf-zaak pakt een chick in mantelpak een broekpak uit en wuift haar partner koelte toe met de kleurenwaaier
    de tl-verlichting laat de laat de wetenschapper lang doorwijken aan zijn antropologisch onderzoek naar discipline

te midden van de stoomtijd maakt de vrouw van mijn dromen haar entree
ze zegt in alle talen die ik ken welkom en ik staar sprakeloos naar haar vleugels
ik kan alleen maar denken aan ontbijt en hoe ik om haar hand vragen kan, wat voor wijn ze lust

in deze wervelstorm raak ik mijn stembiljet kwijt, een verkreukeld vel, klam
en besluit mijn eigen stadsstaat te stichten, contemporair, zonder zorgen om het onbekende

ik dacht dat ik altijd rennen en spelen kon en nooit vertwijfeld naar mijn lege glas zou staren
in het spiegeldoolhof kijkt een man rond die heimelijk zijn doel al heeft bereikt
ik draai het assenstelsel om, in verwachting van mijn tweede tol ik rond
ineengedoken, als een man die vroeger oud wilde worden, en nu op geleende tijd de stroom afdobbert